Nieuws

 

Adviesburo de Vaal b.v.

Interview 'Ondernemend Hoevelaken'

(Bron: www.ditishoevelaken.nl, 11 april 2006)

Honderden jaren lang hebben slechts héél weinig mensen de unieke mogelijkheid gehad om eens een kijkje te nemen in de koninklijke grafkelders van de Nieuwe Kerk te Delft. Sterker nog: oog in oog staan met de kist van ‘Vaders des Vaderlands’ Willem van Oranje, die kans kreeg bijna niemand. Maar voor Hoevelaker Ed de Vaal was dat een paar jaar lang bijna dagelijks routine. “Ik haalde de sleutel gewoon bij de burgemeester.”

Over hoe het er daar in de koninklijke grafkelders allemaal precies uitziet, mag Ed helaas niets vertellen. “Ik heb daarover zwijgplicht”, vertelt hij. Maar dat hij veel indrukwekkends gezien heeft dat voor anderen eeuwig verborgen blijft, is zeker.

Ed is dan ook niet de eerste de beste. Als bouwkundig adviseur was hij jarenlang zeer intensief betrokken bij de restauratie en conservatie van het grafmoument van Willem van Oranje. Een waar huzarenstuk, dat tot ver over de grenzen veel aandacht trok, alleen al vanwege het bijzondere karakter van het project, dat in totaal acht jaar duurde. “Heel bijzonder dat je daar als eenmansbedrijf zo nadrukkelijk voor gevraagd wordt”, aldus Ed de Vaal. “En het staat natuurlijk uitstekend op je cv.”

Monumenten in stand houden, het is dagelijks werk voor Bouwkundig Adviesburo De Vaal BV uit Hoevelaken. Ed leerde het vak van zijn vader. “Als jochie van vijf ging ik al met hem op pad en ik was nog geen 12 toen ik al mijn vrije tijd doorbracht bij de dorpstimmerman. Ik ben altijd al met mijn handen bezig geweest.”

‘Bouwkundige van de koude grond’, noemt hij zichzelf dan ook. “Niet in het pak op kantoor, maar óp de bouw ben ik te vinden, daar waar het gebeurt, daar waar de mensen echt aan het werk zijn. De kracht van mijn bureau is dat we de projecten in het werk begeleiden. We weten precies wat er gebeurt.”

En wat die projecten betreft, dat zijn er nogal wat. Voorlopige kroon op het werk is natuurlijk de indrukwekkende restauratie van het grafmonument van Willem van Oranje. “Het was allemaal maar net op tijd klaar voor de uitvaarten van achtereenvolgens Prins Claus, Prinses Juliana en Prins Bernhard, maar ook het vooral technisch zeer uitdagende restauratiewerk aan de ‘Peperbus’ in Zwolle liegt er niet om, net zo min als de conservatie van het monument op De Dam in Amsterdam, de restauratie van het oude stadhuis in Nijmegen en van de Eusebiuskerk in Arnhem.

Om over de vele tientallen kleinschaliger projecten zoals de restauratie van gevels, schaapskoooien, boerderijen en poorten nog maar te zwijgen. “Toch ben ik daar net zo trots op”, zegt Ed de Vaal.

“Het is ook zó’n mooi vak”, vertelt hij. “Niets is dankbaarder dan het in stand houden van oude gebouwen, de erfenis van onze voorouders, die we moeten doorgeven aan onze kinderen. Ik zie dat als mijn roeping en ik haal er zo nodig echt alles voor uit de kast.” Toch weten maar weinig mensen wat Ed precies doet. “Bouwkundig Adviesburo staat er op mijn deur. Nou ja, denken de meeste voorbijgangers, die zit dus in de bouw.”

Bijna 25 jaar werkte Ed de Vaal op een architectenbureau voordat hij 15 jaar geleden als bouwkundig adviseur voor zichzef begon. “Sindsdien heb ik geen dag zonder werk gezeten”, zegt hij. Hoewel, werk? “Eigenlijk is het geen werk, het zit in m’n genen en ik zou niet zonder kunnen. Monumenten zijn mijn leven. Het is onze plicht om daar verantwoordelijk voor te zijn en ze te behouden. Monumenten zijn weerloos als kinderen. We moeten daar heel erg goed voor zorgen.”

Is het toeval, dat uitgerekend een bouwkundige en monumentendeskundige als Ed de Vaal zijn kantoor heeft, ongeveer op de plek waar de in de tweede wereldoorlog zwaar beschadigde en daarna gesloopte molen van Hoevelaken stond? Hij lacht. “Tijdens het spitten in de tuin kom ik nog wel eens wat losse resten tegen. Veel te weinig om ook maar iets mee te beginnen. Maar dat zou ik ook helemaal niet willen, al lag het puin van de complete molen nog ergens in een loods. Die molen is weg, verdwenen. Dat blijft wat mij betreft zo. Ik hou monumenten in stand, ik bouw of herbouw ze niet. Daar heb ik ook helemaal geen verstand van.”



Terug naar overzicht